Skip links

Wie betaalt bepaalt

De klant is koning! De klant  bepaalt immers de omzet, want hij betaalt. Dus handen af van de klant want het kan de business schaden als hij niet met alle egards wordt behandeld  en er niet aan zijn behoeften wordt beantwoord. In sommige branches wordt aan klanten zelfs koninklijke onschendbaarheid toegedicht, in een  poging verzekerd te zijn van zijn blijvende vraag naar het aangeboden product of dienst.

In de prostitutiebranche wordt op dit moment enigszins gemorreld aan de onschendbaarheid van de klant. GroenLinks heeft afgelopen week aangegeven een initiatiefwet van ChristenUnie, PvdA en SP te steunen, evenals CDA en SGP. 

Dit initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Segers (ChristenUnie), Volp (PvdA) en Kooiman (SP) regelt in het Wetboek van Strafrecht (Sr) de strafbaarstelling van degene die seksuele handelingen verricht met een prostitu(é)e, terwijl hij of zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de prostitu(é)e, daartoe is gedwongen of bewogen, en daarmee slachtoffer is van mensenhandel. Hiermee willen de initiatiefnemers de strijd aangaan tegen gedwongen prostitutie en mensenhandel.

Met dit wetsvoostel kunnen klanten van prostituees waarbij het vermoeden bestaat dat er sprake is van mensenhandel een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of een geldboete van de vierde categorie krijgen.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer. (https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34091_initiatiefvoorstel_segers)

Waar moeten we aan denken bij ‘ernstig vermoeden’? Wat zijn de signalen? Die kunnen zijn: uiterlijke signalen van mishandeling, uitingen van angst, afkeer of verdriet, achteraf en aan het normale zicht onttrokken (woon)locatiesituaties, zoals garage- en kelderboxen, bespreking via tussenpersonen of een prostituee die onder dwang aan de klant wordt gepresenteerd.

Het wetsvoorstel moet bewustwording in gang zetten, en geeft de klant bovendien een rol en een verantwoordelijkheid in het aanpakken van mensenhandel. Dat zou voor iedere nobele prostituant toch zwaarder moeten wegen dan zijn eigen hachje? Of is de angst om door de mand te vallen werkelijk groter dan het opkomen voor de situatie van een meisje of vrouw die wordt uitgebuit?

Een vrouw die onder dwang in het vak terecht is gekomen, maar nu zonder pooier zegt te werken, vertelde me laatst: ‘het scheelt die kerels helemaal niks. Ik had brandplekken en jankte soms, maar ze deden gewoon hun ding en gingen weer’.

Een loverboy annex pooier stuurde aan een groep binnen zijn contactenlijst een berichtje:’ik heb er weer een paar’. Die ‘paar’ waren twee meisjes van 17 en 18 jaar, die in zijn appartement verbleven. De ontvangers van dit bericht waren mannen die precies wisten hoe deze pooier te werk ging:  deze meisjes waren jong,  werden gemanipuleerd via de loverboymethode en waren vaak onder invloed van drugs als zij hun seksuele handelingen uitvoerden.

In beide gevallen was hier sprake van een ernstig vermoeden. Naar mijn mening is het net zo logisch om deze klanten van gedwongen werkende prostituees te vervolgen als het logisch is dat helers van gestolen goederen vervolgd worden. Maar op één of andere manier is de logica nogal eens zoek in het debat rond prostitutie. Dan spelen er  allerlei belangen. Helaas zijn dat over het algemeen niet de belangen van de  prostituees, maar voornamelijk die van degenen die er grof geld aan verdienen, en misschien nog wel veel meer van diegenen die bereid zijn veel te betalen om hun dubbelleven verborgen te houden.