Skip links

Twee weken in Boedapest

Twee weken iets geheel anders dan prostitutie en mensenhandel, dacht ik voordat ik vertrok naar Boedapest, samen met een groep jongeren. We gingen op werkvakantie. Een verwaarloosd gebouw moest worden opgeknapt voordat het, naar verwachting over een maand, zal worden gebruikt voor de laatste fase in de begeleiding van ex-daklozen die bezig zijn met hun resocialisatieprogramma. Flink de handen uit de mouwen met stuc- en schilderwerk. Verstand op nul en doorwerken.

Dat dit een naïeve gedachte was bleek al snel. Het pand en ook ons onderkomen bij Oltalom (zie www.oltalom.hu)  bevinden zich in district 8, één van de armste wijken van Boedapest. Op onze dagelijkse route liepen we langs vele  daklozen, waarvan de meesten verslaafd zijn aan alcohol en/of drugs. Zodra het donker begon te worden kwamen overal mooie jonge meisjes vandaan, schaars gekleed, op weg naar het stuk straat waar zij die nacht als prostituee zouden werken. Het was slecht een kwestie van tijd voordat ook één van ‘onze’ jongens door een meisje benaderd werd. Eerst met de vraag of hij marihuana van haar wilde kopen, en op zijn ontkennende antwoord met de vraag of hij seks wilde, voor 200 HUF. Omgerekend komt dat neer op zo’n 60 eurocenten.

Als vanzelf gingen mijn gedachten naar de Hongaarse meiden op de Amsterdamse Wallen. De Molensteeg is een straat die in de volksmond Nyiregyhaza-street wordt genoemd omdat vrijwel alle meisjes die daar werken uit de Hongaarse stad Nyiregyhaza komen. Op een ander gedeelte van de Wallen staat een behoorlijk aantal meisjes uit Boedapest.

Bij het zien van de jonge meisjes in de straten van Boedapest besef ik dat de kans groot is dat zij, wanneer zij 18 jaar zijn, in Amsterdam of andere steden in West-Europa, in de prostitutie zullen gaan werken. Veel moeite hoeven zij daar niet voor te doen. Meisjes weten precies in welke café’s ze moeten zijn om tussenpersonen te ontmoeten die papieren en tickets voor hen regelen, zodat zij hun nieuwe uitdaging tegemoet gaan, in de verwachting veel geld te gaan verdienen om zo de armoede achter zich te laten.

Meisjes die in hun thuisland slechts een paar euro (of nog niet eens) verdienen per klant, verwachten in Amsterdam goed geld te kunnen verdienen. Daar geldt een (ongeschreven) norm van 40 à 50 euro per klant. Wat veelal niet in de calculatie wordt meegenomen, simpelweg omdat mensenhandelaren deze informatie pas melden wanneer het meisje eenmaal in de prostitutie werkt, zijn de kosten die voor haar rekening komen. Denk hierbij aan de huur van een appartement, vaak exorbitant hoog  omdat het meisje toch  niet weet wat gebruikelijk is in Nederland, de huur van de peeskamer, zo’n 100 euro per ‘shift’. Daarnaast de vergoeding voor de handelaar voor zijn diensten om haar in Amsterdam aan het werk te helpen. Kortom: zij verdient weliswaar meer, maar heeft ook veel meer kosten cq schulden. Eenmaal in Amsterdam ontdekt zij dat het plan om van haar in Nederland verdiende geld in Hongarije een bestaan te kunnen opbouwen niet opgaat. Het is in die situatie dat wij de vrouwen op de Wallen ontmoeten. Gedesillusioneerd, ogenschijnlijk onverschillig, soms wanhopig, soms boos.

Ze heeft zelf voor het werk in Amsterdam gekozen, horen we mensen zeggen. Ik vraag me af: welk alternatief had zij? Welke mogelijkheden heeft zij gehad om zich buiten de prostitutie om te ontwikkelen? Welke andere mogelijkheden heeft zij om in haar levensonderhoud te voorzien? Welke voorbeelden heeft zij gekregen?

‘In haar thuisland deed ze het werk ook al’, is een redenering die ik laatst hoorde. Alsof dat de garantie voor een vrijwillige positieve keuze is. Er zijn vele mensen die er baat bij hebben dat er vrouwen uit Hongarije naar Nederland komen om in de prostitutie te werken. Hetzij voor hun gerief, hetzij voor hun portemonnee. Deze (veel te grote) groep mensen is altijd bezig de situatie van de vrouwen te bagatelliseren en probeert met redeneringen anderen te overtuigen van de vrijwilligheid en zelfs het plezier waarmee de vrouwen werken. Dat moet ook wel, want zouden zij de moeilijke positie en de tegenzin die veel vrouwen hebben erkennen, dan zijn zij de schurken die de vrouwen in deze positie houden. Liever dan dat leven zij met de illusie dat zij de vrouwen helpen aan verdienste of aan een goede werkplek.

Even terug naar Boedapest. Daar zijn de gedachten die ik in deze blog verwoord immers ontstaan. Dat is de stad waar ik de extreme armoede heb gezien waar de meisjes in leven terwijl ze op straat wat geld proberen te verdienen door hun lichaam aan te bieden. Aan hun knappe koppies kun je het niet zien dat ze in armoede leven. Wie slechts afgaat op wat hij oppervlakkig  ziet, namelijk een knap meisje dat lachend wenkt, kan denken dat zij het leuk vindt wat ze doet. Wie één stapje verder denkt, realiseert dat prostitutie altijd uit nood ontstaat. Vragen die steeds bij mij terugkomen zij: wat ben je voor iemand als je zo’n meisje neemt voor je eigen plezier? Wat  ben je voor iemand als je geld wilt verdienen aan meisjes en vrouwen die zich  in zo’n kwetsbare positie bevinden?

De laatste vraag, en ik daag je uit met me mee te denken, is: hoe kunnen  we er voor zorgen dat we deze meisjes uit Boedapest  de Amsterdamse desillusie kunnen besparen?