Skip links

Rapport ‘Op goede grond’. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen.

Vorige week nam ik deel aan het symposium met bovengenoemde titel. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer, presenteerde een lijvig onderzoeksrapport. Dit rapport geeft zicht op de omvang van het misbruik  en op de aanpak hiervan. Zowel de aanpak en registratie van de slachtoffers als van de daders. Deze keer geen echte blog maar een verslag van de hoofdpunten van het rapport.

In Nederland maakt 41% van de meisjes en 23% van de jongens ooit seksueel geweld mee. Het geschatte aantal kinderen dat per jaar voor het eerst slachtoffer wordt is 62.000. Seksueel geweld bestaat in vele vormen: de moeder die incest pleegt met haar zoon, de jongen die zijn vriendin verkracht, de docent die kinderpornografie bekijkt, de man die meisjes zover krijgt dat ze zich uitkleden voor de webcam.

Het liefst willen we dat seksueel geweld tegen kinderen stopt, maar helaas is dat een illusie. Belangrijk is het zoeken welke mogelijkheden er concreet zijn om de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren. Dit rapport geeft hier m.i. handvatten voor.

Wat betreft de slachtoffers:

* We zien dat er inde aanpak diverse stappen worden gezet. We gaan uit van een gemiddelde van 62.000 nieuwe slachtoffers per jaar. Niet ieder slachtoffer ziet zichzelf als zodanig, andere slachtoffers schamen zich en ontkennen het misbruik. Baby’s kunnen niet praten, dus kunnen ook geen misbruik melden. Van de  geschatte 62.000 slachtoffers wordt dus maar een deel HERKEND.

* Slachtoffers vertellen vaak pas jaren later, of soms nooit,  over het misbruik. Jongens praten hier minder over dan meisjes. Voor ouders, professionals en de overheid ligt hier de taak om de drempel om te praten  te verlagen door seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Dit kan door een sfeer van vertrouwen te creëren. De school kan hierin een belangrijke rol vervullen door openlijk over seksualiteit te praten en over misbruik te praten. Uiteindelijk wordt een deel van het herkende misbruik GEMELD.

* Deze melding wordt gedaan bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Er is bijna altijd twijfel over de manier waarop signalen van misbruik moeten worden uitgelegd. Men is bang de signalen verkeerd uit te leggen en bang ten onrechte een melding te maken. Dit geldt voor zowel personen uit de privéomgeving van het slachtoffer als voor professionals. Vaak gebeurt het dat personen in de omgeving van het slachtoffer lange tijd het gevoel hebben dat er iets niet in de haak is, maar durven geen melding te doen uit angst ernaast te zitten, of uit angst voor verregaande gevolgen van deze melding. Van de gemelde gevallen van misbruik wordt 25%  ONDERZOCHT.

* Wanneer er een acute dreigingssituatie is wordt de melding doorgeleid naar de Raad van de Kinderbescherming of de politie. Als er een redelijk vermoeden is van mishandeling en/of misbruik, gaat het AMK over tot een onderzoek. Bij het afsluiten van het onderzoek wordt BEVESTIGD dat er daadwerkelijk sprake is van misbruik, dat is 54% van de onderzochte meldingen.

* Slachtoffers van misbruik hebben een ‘toegangsbewijs’ nodig om hulp vergoed te krijgen binnen organisaties voor Jeugd- en Opvoedhulp en geestelijke gezondheidszorg. Uiteindelijk krijgen 6000 van  de geschatte 62.000 slachtoffers daadwerkelijk HULP.

 

Wat betreft de daders:

* Daders willen HERKENNING vermijden. Zij manipuleren slachtoffers op een manier dat ze makkelijk te misbruiken zijn en daar niet snel over zulle  praten. Voorbeelden hiervan zijn: dit is ons geheimpje, als je moeder er achter komt krijgt ze een hartaanval etc. Ook winnen daders in veel gevallen het vertrouwen van de ouders.

* Een kwart van de daders is minderjarig. Een groot deel van het misbruik vindt plaats in de huiselijke kring. De omvang van misbruik via internet groeit.

* De politie start normaliter een onderzoek nadat er aangifte is gedaan. In veel gevallen doet een slachtoffer geen aangifte, waardoor de dader niet vervolgd of behandeld wordt. De drempel tot het starten van een ONDERZOEK is hoog, en moet verlaagd worden, bepleit de Nationaal Rapporteur.

* Van de verdachten wordt 58% vervolgd. Hiervan wordt 77% veroordeeld. Een deel moet schadevergoeding betalen, een deel krijgt een celstraf. Deze duurt gemiddeld minder dan een jaar. 5% krijgt de maatregel TBS. Het inschatten van het recidivegevaar gebeurt onvoldoende, waardoor veel plegers niet de juiste behandeling krijgen. Er vind onderbehandeling, maar vaker nog overbehandeling plaats. Dit kan het recidivegevaar zelfs verhogen.

 

Wat betreft preventie:

Seksueel geweld tegen kinderen gaat over slachtoffers en daders. Preventie moet gericht zijn op mogelijke slachtoffers, het bewaken van grenzen, maar ook op mogelijke daders, het respecteren van grenzen.

Hier vind ik een aansluiting met de preventielessen m.b.t. loverboys, één van de vormen van seksueel geweld.  Ook hier geldt: preventie is voorkomen dat meisjes (en jongens) in de prostitutie terechtkomen, maar is ook: voorkomen dat jongens loverboys of prostituant worden. Of dat meisjes lovergirl worden.

 

Bron:  Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen

Den Haag: Nationaal Rapporteur

www.nationaalrapporteur.nl