Skip links

#Nashville

Het nieuwe jaar is nog jong…

maar wat is er al weer een hoop opschudding geweest!
Op dit moment is er een hoop reuring rond de Nashville-verklaring. Dit is een vertaling van het  Nashville Statement, dat in 2017 gepresenteerd werd tijdens een conferentie van de Southern Baptism Convention, het grootste protestantse kerkgenootschap van de Verenigde Staten. Hierin staat hoe christenen moeten omgaan met het geloof, maar ook met zaken als het huwelijk en seks.

Al snel werd deze verklaring omgedoopt tot een homohaatmanifest, en het hele land stond op z’n achterste benen. Het NOS-journaal besteedde er aandacht aan, talkshows en televisieprogramma’s werden er aan gewijd en op de diverse sociale media leek het wel oorlog. Wat is hier aan de hand?

Wat de meeste reacties kenmerkt is een volledig ontbreken van nuance. Er lijken twee kampen te zijn: voor of tegen ‘Nashville’, waarbij het de publieke opinie is dat wie vóór is een homohater is. Eén ding werd wel duidelijk: het vertalen, publiceren en ondertekenen van deze verklaring is in Nederland absoluut dodelijk gebleken voor een open gesprek. Seksualiteit is sowieso een gevoelig onderwerp omdat het iemands diepste wezen raakt. We leven in een gebroken wereld en seksualiteit is een levensgebied waar deze gebrokenheid vaak pijnlijk zichtbaar wordt. Wie enig zicht heeft op iemands seksuele- en genderontwikkeling, en welke factoren daarin een rol spelen, begrijpt ook iets van de gevoeligheid hiervan. Mensen die hun seksualiteit anders beleven dan hoe het in het manifest, in een opsomming van artikelen, beschreven staat,  kunnen zich  alleen al door de ferme taal aangevallen en afgewezen voelen.

Wat dat betreft  is het opstellen en/of ondertekenen van een manifest een onhandige zet, want het kan een enorme muur opwerpen waardoor een (pastoraal) gesprek onmogelijk wordt. Bovendien:  als je weet waar je voor staat hoef je dat toch niet in protocollen vast te leggen? Of zou er nog meer achter dat manifest zitten?

Genderideologie

Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw ontwikkelt zich een beweging die zich sterk maakt voor seksuele vrijheid, gelijkheid en diversiteit. Dit is niet zomaar een beweging, hier zit een zeer opdringerige en dominante ideologie, de genderideologie,  achter. Een ideologie is een denksysteem dat pretendeert goed te zijn voor een hele samenleving, maar in werkelijkheid de belangen dient van een revolutionaire minderheid. Het genderdenken wordt van bovenaf aangestuurd door de Verenigde Naties, de Europese Unie en nationale regeringen, wereldwijd.
De kerngedachte is: we moeten af van het plaatje dat je als jongen of meisje wordt geboren, dat man en vrouw elkaar voor het leven trouw beloven en een gezin stichten. Dat was eeuwenlang normaal, maar vandaag geldt het als een idee dat tussen je oren zit en hoort bij opvattingen van vroeger.

De genderideologie ontkent de lichamelijke realiteit en gaat ervan uit dat iemands seksualiteit niet biologisch is bepaald, maar dat het historisch en sociologisch is geconstrueerd. Mensen moeten de keuze hebben om zelf hun eigen seksualiteit en/of hun gender kiezen. Deze ideologie is zo rigide dat het alle kenmerken van een geloofssysteem heeft. Het maakt gebruik van het opvoedingssysteem (zodra het kind de kleuterklas binnenloopt, is er een reële kans dat het wordt opgevoed volgens deze nieuwe doctrine; het wordt op vele manieren bijgebracht dat er geen fundamentele verschillen zijn tussen de geslachten), van de wetgeving en van de aanvallen op de godsdienst en het (christelijk) geloof.
Wie het niet eens is met deze ideologie, krijgt de stempels homofoob, racistisch en is sowieso een vijand van de mensenrechten. De term ”homofobie” is een nieuwe creatie, die ertoe dient mensen te criminaliseren. De genderideologie is  een totalitaire ideologie die geen tegenspraak duldt. En deze ideologie is bezig een nieuwe “staatsgodsdienst” te worden die iedere burger moet aanhangen.

Kijk. En dan begrijp ik dat christenen als reactie hierop willen formuleren wat  het Bijbelse gezichtspunt ook al weer is. Niet om mensen een hak te zetten, maar om het oorspronkelijke concept weer te geven.