Skip links

Kleefkracht

Van twee zaken ben ik verzekerd als ik voor een groep jongeren spreek: aandacht en hilariteit. Ademloze stilte en enorm gegil wisselen elkaar regelmatig af. Zo ook afgelopen weekend, toen ik voor een groep tieners van 11 tot 15 jaar sprak over onder andere seksualiteit.

Na de pauze had ik sticker-hartjes uitgedeeld. Roze en rood. Meidenkleuren zou je zeggen. Ik kon geen andere kleuren vinden. De meiden vonden die hartjes wel leuk, de jongens vonden het maar zo-zo.

Terwijl ik het één en ander uitlegde over hormonen tijdens de puberteit (huh, saai zeg!) haalden de tieners het papiertje van de sticker, zodat ie geplakt kon worden. Veel meiden plakten ‘m als decoratiehart op hun vest of shirt, de jongens plakten dat ding in elkaars haar en op elkaars gezicht, onder veel gegil en gestoei.

Oké jongens, ik ga iets vertellen over dat hartje en het gaat over seks. Gekrijs. Iiiie, seks bah… Hartjes werden losgehaald en weggegooid.

Ik vroeg de tieners hun hartje te pakken en te voelen hoe het met de kleefkracht gesteld was na al het plakken en losmaken. De meeste hartjes plakten niet meer zo goed.

Met dit voorbeeld heb ik de werking van de neurotransmitters oxytocine en vasopressine uitgelegd. Deze stoffen komen vrij bij seksuele activiteit en zorgt voor neurologische binding van de beide partners. Oxytocine en vasopressine samen worden ook wel het monogame molecuul genoemd. In een relatie zorgen deze neurotransmitters ervoor dat de hechting steeds sterker wordt. Wanneer er echter scheiding plaatsvindt, wordt het vermogen om langdurige bindende relaties aan te gaan fundamenteel beschadigd. Je kunt dit vergelijken met plakband -of hartjes-stickers- waarvan de kleefkracht afneemt en zelfs verdwijnt na een aantal keren plakken en weer losmaken.

Deze kennis is de laatste twee decennia bekend geworden na langdurig neurowetenschappelijk onderzoek, en wordt onderschreven door tal van psychiaters en neurowetenschappers.

Opmerkelijk is dat tot op heden in de seculiere lesmethodes hieraan geen aandacht aan wordt geschonken.  Deze methodes komen niet verder dan: heb seks wanneer jij er aan toe bent (wanneer ben je dat überhaupt: als je hormonen gaan opspelen of wanneer je in staat bent een overwogen keuze voor een partner te maken?), met wederzijds toestemmen (en wat als je toestemt in de hoop dat die jongen dàn ècht van je zal houden, wat over het algemeen niet zo werkt bij jongens en je hoop dus verloren gaat?) en doe het vooral veilig met een condoom. In deze seculiere voorlichtingen worden de neurologische inzichten genegeerd, met als gevolg dat vele tieners maar wat ‘aanrotzooien’ met seks. Ondertussen wordt hun vermogen om zich op lange termijn te hechten geëlimineerd en zullen ze later de rekening gepresenteerd krijgen. Ze weten niet hoe ze zich voor een langere periode kunnen binden aan een partner.

Als opvoeders en voorlichters hebben we hierin dus nog een slag te maken. Ik zou iedereen willen uitdagen om te ontdekken hoe seks neurologisch werkt, om zo je tieners een evenwichtige seksuele voorlichting te kunnen geven!